Naar de inhoud springen

Wettelijke aspecten

Arbeidsomstandighedenwet (ARBO)
Artikel 3 in deze wet legt verplichtingen van de werkgever vast. Er moet beleid zijn over veiligheid en gezondheid van werknemers. Ook beleid ter voorkoming van psychosociale arbeidsbelasting. Daarnaast dient dit beleid actueel te zijn. Een regeling ten aanzien van Ongewenste Omgangsvormen dient ook door werkgevers te worden vastgelegd. Hiertoe behoren een informele- en een formele procedure en het benoemen van een Vertrouwenspersoon en een Klachtencommissie. Strikt bezien wordt de Vertrouwenspersoon als zodanig nog niet in de wet benoemt, wel een preventiemedewerker. De ARBO wet heeft een duidelijk prevenief karakter.

Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB)
In deze wet staat een verbod op direct of indirect onderscheid op basis van geloof, geaardheid, geslacht, ras, leeftijd, nationaliteit, politiek, ziekte en burgerlijke staat. De AWGB heeft een meer een reactief karakter en komt in beeld als er iets gebeurd is dat in strijd is met deze wet. De AWGB beschrijft ook het tegengaan van victimisatie-ontslag; ontslag dat volgt naar aanleiding van een melding wordt dus nietig verklaard.

Zorgplicht voor de werkgever volgt uit beide wetten (ARBO artikel 3 / AWGB artikle 7).
Goed werkgeverschap ook.

Wetboek van Strafrecht (WvS) is van toepassing als er een melding bij een Vertrouwenspersoon wordt gedaan waarbij de verplichting geldt hiervan aangifte te doen. Dit geldt bijvoorbeeld voor een verkrachting. Er geldt ook een aangifteverplichting voor ambtenaren bij ambtsmisdrijven. Een vertrouwenspersoon is bevoegd tot het doen van aangifte en hanteert daarvoor het Protocol Doorbreken Geheimhouding.

Verkrachting (artikel 242) is als iemand door geweld of dreigen daarmee gedwongen wordt tot (ondergaan van) handelingen die te maken hebben met het seksueel binnendringen van het lichaam. Al het andere seksuele zijn ontuchtige handelingen en vallen onder aanranding (artikel 246).

Stalking (artikel 285b) betreft het stelselmatig en opzettelijk binnendringen van iemands persoonlijke levenssfeer om met een sfeer van dwang en vrees.

Zoals eerder gezegd bestaat een informeel traject naar aanleiding van een melding uit goede gesprekken en bemiddeling met als doel de-escalatie en zelfoplossend vermogen. Hier is een Vertrouwenspersoon adviserend en ondersteunend bij betrokken. Dit kan ook leiden tot mediation.

Lukt dit niet, dan volgt het formele traject met een klachtenonderzoek (pre-juridisch) door een klachtencommissie. Die brengt advies uit aan het management of het bevoegd gezag. Lukt een oplossing nog niet dan volgt uiteindelijk een bindend advies middels arbitrage of de rechter. Dit kan middels een Bezwarencommissie bij de overheid, het bestuursrecht (Centrale Raad van beroep) of bij de kantonrechter.

Er kan ook een klacht ingediend worden bij het College voor de Rechten van de Mens. Dit is gericht tegen de werkgever als die zijn zorgplicht verzaakt. Er volgt een niet-bindend oordeel.